<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Wicher Wedzinga</title>
	<atom:link href="http://www.wicherwedzinga.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.wicherwedzinga.nl</link>
	<description>Voormalige raadsheer/rechter &#38; universitair hoofddocent</description>
	<lastBuildDate>Thu, 10 May 2012 11:43:29 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.2</generator>
		<item>
		<title>Illegaal afluisteren door RET: grenzen aan burgeropsporing en tryal by media</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/10/illegaal-afluisteren-door-ret-grenzen-aan-burgeropsporing-en-tryal-by-media/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/10/illegaal-afluisteren-door-ret-grenzen-aan-burgeropsporing-en-tryal-by-media/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 May 2012 11:43:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[De staat van de rechtsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[Media]]></category>
		<category><![CDATA[Observaties en beschouwingen]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1964</guid>
		<description><![CDATA[Het Rotterdamse vervoersbedrijf RET luistert reizigers af en speelt, als daartoe reden is, de informatie door naar de politie. De Rotterdamse GroenLinks-fractievoorzitter Arno Bonte vraagt nu een spoeddebat aan om deze illegale afluisterpraktijken aan de kaak te stellen. Als we op de woorden van Bonte mogen afgaan, zijn wij op dit gebied een lichtend voorbeeld [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">Het Rotterdamse vervoersbedrijf RET luistert reizigers af en speelt, als daartoe reden is, de informatie door naar de politie. De Rotterdamse GroenLinks-fractievoorzitter Arno Bonte vraagt nu een spoeddebat aan om deze illegale afluisterpraktijken aan de kaak te stellen. Als we op de woorden van Bonte mogen afgaan, zijn wij op dit gebied een lichtend voorbeeld voor het door ons zo verfoeide Rusland. Dat land is immers van God los. Een keiharde politiestaat.</p>
<p style="text-align: justify;">Evenals het corrupte Oekraïne trouwens, waar de steenrijke politica Timosjenko, die zich ten koste van de straatarme burgers heeft verrijkt aan de gascontracten met Rusland, een door de rechters opgelegde gevangenisstraf van zeven jaar moet uitzitten. Corruptie? Het zal wel. De hele regeringskliek daar lijkt mij corrupt en het wantrouwen in de rechterlijke macht komt mij gerechtvaardigd voor. Nee, dan is het in Nederland wel heel wat beter gesteld. In “Gods own country” heeft de wetgever zijn zegen gegeven aan een regeling die het mogelijk maakt dat Nederlandse burgers op basis van vage verdachtmakingen worden overgeleverd aan Polen. De Nederlandse rechter toetst een dergelijk verzoek niet en vervolgens wordt die burger onderworpen aan de meest walgelijke praktijken in Poolse gevangenissen, die de vergelijking met de detentiesituatie van Timosjenko met gemak kunnen doorstaan. Voorzover mij bekend heeft geen Nederlandse rechter tegen deze abjecte regeling protest aangetekend.</p>
<p style="text-align: justify;">De coöperatieve of moet ik zeggen collaboratieve houding van de rechters in ons land kent geen grenzen. <span id="more-1964"></span>Sinds de Tweede Wereldoorlog is er kennelijk niets veranderd. De zwakke verdediging tegen deze houding van de president van de Hoge Raad, mr. G.J. Corstens, in het programma Buitenhof van j.l. zondag, spreekt op dit punt boekdelen. Maar dankzij interviewster Clairy Polak, die vol misplaatste bewondering elk woord van deze van het Openbaar Ministerie afkomstige magistraat voor zoete koek slikte,  kwam Corstens er mee weg. Dezelfde Corstens die al eens via via liet weten dat de rechtsbescherming van de burger geen prioriteit geniet, maar dat de Hoge Raad vooral de rechtseenheid wil bewaken. Alsof dat tegenpolen zijn!!</p>
<p style="text-align: justify;">Ik slik mijn kwaadheid in en keer terug naar het RET en de hypocrisie van Nederland. Dat het afluisteren van burgers zonder formeel-wettelijke basis niet door de beugel kan, lijdt geen twijfel. Wat ik me vervolgens afvraag is waarom ik daar pas nu en dan ook nog via de media (de aanzet werd gegeven door een publicatie in Elsevier) van verneem. Aangenomen mag worden dat deze illegale prakijken van het RET niet van gisteren zijn. Aangenomen mag eveneens worden dat er gevallen zijn waarin incriminerende informatie door het RET is doorgespeeld naar de politie en dan ligt het in de lijn der verwachting dat die informatie heeft geleid tot strafvervolgingen en veroordelingen. Dat roept de vraag op of politie en Openbaar Ministerie zo eerlijk zijn geweest om aan de rechter duidelijk te maken dat de onrechtmatig verkregen informatie het startsein vormde voor of in ieder geval heeft bijgedragen aan het strafrechtelijk onderzoek. En als dat niet zo is, rijst de vraag of het strafdossier de rechter aanleiding had moeten geven om door te vragen. Of is de rechter blind afgegaan op het incomplete dossier? En zo kan ik nog een waslijst van vragen bedenken.</p>
<p style="text-align: justify;">Nederland is werkelijk behangen met allerlei beveiligingscamera’s. Op zichzelf is dat goed als er duidelijke regels zijn over het gebruik van en de omgang met de beelden. Want ook het filmen van mensen maakt inbreuk op hun privacy. Niet zelden wordt dat civielrechtelijk gelegitimeerd door een bordje aan de muur te spijkeren waarop staat dat er camera’s hangen. Zou alleen het RET zich schuldig maken aan het afluisteren van gesprekken?  Ik waag het te betwijfelen. En waarom zou het gebruik van verborgen camera’s en microfoons door onderzoeksjournalisten wel door de beugel kunnen? Is er een wezenlijk verschil?  Hoe zit het eigenlijk met programma’s als Nieuwsuur, Kassa en Opgelicht die in zekere zin ook met opsporing bezig zijn.</p>
<p style="text-align: justify;">Het algemeen belang waarop journalisten als Peter R. de Vries en Alberto Stegeman zich zo graag en met verve beroepen, is wat mij betreft een punt van discussie. Want vaak gaat onder dat mom alleen maar sensatiezucht en de hang naar kijkcijfers schuil. En zou de RET zich daarop vervolgens dan ook niet kunnen beroepen? De veiligheid van reizigers zou daar misschien ook wel onder kunnen vallen. Er is al met al meer dan voldoende reden om het spoeddebat aan te grijpen als middel om de discussie te verbreden over de toelaatbaarheid c.q. ontoelaatbaarheid van wat ik dan maar gemakshalve even noem “burgeropsporing” en “tryal by media”.</p>
<p style="text-align: justify;">Over burgeropsporing bestaat al een afzonderlijke regeling in het Wetboek van Strafvordering. Maar daarin wordt veelzeggend gesproken over “bijstand” door burgers en de opsporingsactiviteiten van De Vries en consorten vallen daar niet onder. Het gaat hierbij dus om meer dan een incident waarbij het RET is betrokken. Het gaat meer in het algemeen om de discussie of burgers en instanties die geen opsporingstaak hebben, ernstige inbreuken mogen maken op de privacy van andere burgers. Het gaat met andere woorden om de integriteit van de opsporing.  Daarmee is het in ons land slecht gesteld. De wetgever moet hier nu snel het heft in handen nemen en zich goed laten voorlichten door onafhankelijke deskundigen, liefst van wetenschappelijke huize.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright2012@WicherWedzinga">Copyright2012@WicherWedzinga</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/10/illegaal-afluisteren-door-ret-grenzen-aan-burgeropsporing-en-tryal-by-media/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verdachten overval juwelier mogen rekenen op strafvermindering</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/03/verdachten-overval-juwelier-mogen-rekenen-op-strafvermindering/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/03/verdachten-overval-juwelier-mogen-rekenen-op-strafvermindering/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 May 2012 10:31:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[Artikel 6 EVRM]]></category>
		<category><![CDATA[De staat van de rechtsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[Media]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar Ministerie]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1960</guid>
		<description><![CDATA[De twee verdachten van de overval en moord op de Haagse juwelier zijn aangehouden en zitten inmiddels achter slot en grendel. Nederland slaakt een zucht van verlichting. Kordaat politieoptreden waarbij met toestemming van het Openbaar Ministerie de foto’s en identiteit van de verdachten werden bekend gemaakt, heeft tot succes geleid.  Wee degene, die nu kritiek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">De twee verdachten van de overval en moord op de Haagse juwelier zijn aangehouden en zitten inmiddels achter slot en grendel. Nederland slaakt een zucht van verlichting. Kordaat politieoptreden waarbij met toestemming van het Openbaar Ministerie de foto’s en identiteit van de verdachten werden bekend gemaakt, heeft tot succes geleid.  Wee degene, die nu kritiek heeft op het slagvaardige optreden van politie en justitie. Alsof dat gelijk staat met het goedpraten van wat er is gebeurd.</p>
<p style="text-align: justify;">De advocaten Weski en Plasman hebben zich niettemin publiekelijk kritisch over dat optreden uitgelaten.  Het recht op privacy van de verdachten zou ten onrechte zijn geschonden omdat er geen wet is die toelaat dat de namen van verdachten zo maar op straat worden gegooid, niet bekend is of minder vergaande opsporingsmiddelen resultaat zouden hebben gehad en, bepaald niet onbelangrijk, door het bekend maken van de volledige identiteit van de verdachten hun familie en vrienden gevaar zouden kunnen lopen. Voorstanders hebben een eenvoudiger verhaal. De beelden waren duidelijk, wat er is gebeurd is afschuwelijk en dan heiligt het doel de middelen. Dat verhaal is makkelijk te slijten en gaat er als koek in. Maar het is een te eenvoudig verhaal. Over de consequenties is niet goed nagedacht.</p>
<p style="text-align: justify;">Laat er geen misverstand over bestaan. Een ieder weldenkend mens vindt het verschrikkelijk wat er is gebeurd en heeft geen goed woord over voor de daders die dit op hun geweten hebben. Maar wat politie en justitie hebben gedaan kan rechtens niet door de beugel, al liggen de technisch-juridische nuances anders dan Weski en Plasman menen. En ook daar moet aandacht voor zijn omdat het gaat om een principiële en fundamentele kwestie, namelijk wat opsporingsinstanties zonder wettelijke en democratische legitmitatie in het kader van de handhaving van de rechtorde mogen doen.<span id="more-1960"></span>De privacy van verdachten is, anders dan Weski en Plasman vinden, niet heilig en opsporingsmiddelen hoeven niet altijd bij de wet te worden geregeld, ook niet als zij inbreuk maken op die privacy. Met een simplistisch beroep op schending van de privacy kom je niet ver bij de rechter. Vroeger niet en nu nog niet. Ons Wetboek van Strafvordering van 1926 was systematisch zo ingericht dat veel werd overgelaten aan de inventivite it van opsporingsambtenaren. In de tijd van Bromsnor was het vertrouwen in politie en justitie kennelijk bijna onbegrensd. Dat is nu wel anders. Bromsnor verdween uit het straatbeelden het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens bepaalde in toenemende mate het juridisch toetsingskader. Ook van de opsporing. Het recht op privacy kreeg mede onder invloed van dat EVRM een sterke juridische basis.</p>
<p style="text-align: justify;">Dat heeft enorme gevolgen gehad. Zo oordeelde de Hoge Raad al in het Zwolsmanarrest uit 1995 dat <strong>beperkte</strong> inbreuken op de privacy geen formeel-wettelijke basis behoeven. Vergaande dus vermoedelijk wel. Omstreeks die jaren ook stak de commissie-Van Traa een stokje voor de onwettige opsporingspraktijken van politie en justitie in de strijd tegen georganiseerde misdaad (drugs) en werden veel bijzondere opsporingsmethoden zoals infiltratie, direct afluisteren en pseudokoop minutieus in wettelijke regels gegoten. Het Europese Hof besliste dat een<em> “serious interference with private life”</em> op de wet moet zijn gebaseerd. Dat ligt in het verlengde van de zienswijze van de Hoge Raad en het systeem van ons Wetboek van Strafvordering in het post Van Traa tijdperk</p>
<p style="text-align: justify;">Maar kennelijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan. In hun ijver om deze afschuwelijke overval op te lossen is de opsporing te ver “doorgeschoten”. Van Traa revisited, als het ware. In ieder geval zijn politie en justitie met het bekend maken van de namen van de verdachten  in de fout gegaan. De inbreuk op de privacy kan niet anders dan als ernstig worden bestempeld en het gaat niet aan dat een College van Procureurs-Generaal de grenzen van de privacy bewaakt. Dat is een taak van de wetgever.</p>
<p style="text-align: justify;">In een zaak als deze zal dat consequenties hebben. Het ligt in de lijn der verwachting dat de rechter zich genoodzaakt zal voelen de strafmaat te mitigeren. De verdachten zullen profiteren van de cowboy mentaliteit van politie en justitie en vermoedelijk in samenhang daarmee ook van de gretigheid van de media, die zich weer eens als ramptoeristen met vette ongenuanceerde koppen op de verdachten storten. En als vervolgens de rechter de straf matigt, zal het mij niet verbazen wanneer diezelfde rechter de zwarte Piet krijgt, terwijl de met opsporing belaste autoriteiten en de media de verantwoordelijkheid hiervoor dragen.</p>
<p style="text-align: justify;">In een rechtsstaat zou er alle reden moeten zijn voor de wetgever om opnieuw in te grijpen. Het gaat immers om grondrechten van burgers en om het rechtsstatelijk gehalte en niveau van ons rechtssysteem. Daarbij dient de blik dus niet uitsluitend te worden gericht op datgene wat in deze zaak heeft plaatsgevonden. Nagedacht moet worden over de vraag wat onder opsporing moet worden verstaan, wie nu eigenlijk met opsporing zijn belast en wat ter opsporing mag worden gedaan.  Nagedacht moet ook worden over wie die grenzen bewaakt en over de (her)positionering van het Openbaar Ministerie, dat in ons stelsel veel te veel macht heeft. Deze en nog veel meer vragen liggen op het bordje van de wetgever. Een wetgever die zich tot ontzetting van niet de minsten weinig gelegen laat aan de rechtsstaat en de positie van in het bijzonder de rechter al jaren ondergraaft. Soms moeten we kennelijk bij de duivel te biecht gaan.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright2012@Wedzinga">Copyright2012@Wedzinga</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/03/verdachten-overval-juwelier-mogen-rekenen-op-strafvermindering/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rechtspraak in een spagaat tussen kwaliteit en kwantiteit</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/02/rechtspraak-in-een-spagaat-tussen-kwaliteit-en-kwantiteit/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/02/rechtspraak-in-een-spagaat-tussen-kwaliteit-en-kwantiteit/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 May 2012 12:26:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1956</guid>
		<description><![CDATA[Lezing LHV Zwolle 16 april 2012 Hotel Wientjes Zwolle Dr. mr. W. Wedzinga Inleiding In het kader van een door de Landelijke Huisartsen Vereniging Zwolle-Lelystad georganiseerde themabijeenkomst over de &#8220;huisarts in spagaat tussen voorziening en ondernemerschap&#8221; werd door verschillende sprekers vanuit zeer diverse invalshoeken gesproken over de consequenties van marktwerking in de zorg. Tot die sprekers [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h2 style="text-align: justify;"><strong>Lezing LHV Zwolle 16 april 2012 </strong></h2>
<h2 style="text-align: justify;"><strong>Hotel Wientjes Zwolle</strong></h2>
<p style="text-align: justify;"><strong></strong></p>
<p style="text-align: justify;"><strong>Dr. mr. W. Wedzinga</strong></p>
<p style="text-align: justify;"><strong></strong></p>
<h2><strong>Inleiding</strong></h2>
<p style="text-align: justify;">In het kader van een door de Landelijke Huisartsen Vereniging Zwolle-Lelystad georganiseerde themabijeenkomst over de &#8220;huisarts in spagaat tussen voorziening en ondernemerschap&#8221; werd door verschillende sprekers vanuit zeer diverse invalshoeken gesproken over de consequenties van marktwerking in de zorg. Tot die sprekers behoorden Prof,. Van Mourik, Prof. Sweder van Wijnbergen en enkele leden van de Tweede Kamer. Dagvoorzitter was Victor de Coninck.</p>
<p style="text-align: justify;">Mij was gevraagd iets te vertellen over de gevolgen van outputfinanciering voor de rechtspraak en meer in het bijzonder de strafrechtspraak. Dat moest in twintig minuten, waardoor ik slechts zeer bekmopt op het thema kon ingaan. Binnenkort kom ik uitgebreider op het onderwerp terug, omdat de op kwaniteit gebaseerde financiering van de rechtspraak gecombineerd met tekortschietende aandacht voor jurisch ambachtelijke kwaliteit negatieve  en onheilspellende gevolgen heeft gehad voor de kwaliteit van de (straf)rechtspraak. Maar dat vergt wat meer uitleg. Als voorboden publiceer ik hier mijn lezing.</p>
<h2><strong>Lezing</strong></h2>
<p style="text-align: justify;"><em><strong>Steeds meer nadruk op doelmatigheid, efficiency, output en systeemkwaliteit</strong></em></p>
<p style="text-align: justify;">Schaalvergroting en verzakelijking van de collectieve sector in de afgelopen decennia hebben ook hun weerslag gehad op de rechtspraak. Vraagoriëntatie, output-verantwoording, kostentoerekening aan producten deden daarmee ook in de gerechtelijke sector hun intrede. In het kader van de modernisering van de rechtspraak is in 2002 een nieuw bekostigingsmodel ingevoerd. Centraal staat getrapte bekostiging via de Raad voor de Rechtspraak op basis van geraamde productie,  waarbij de werklast wordt berekend met het zgn. ‘Lamicie-model’. Het model ging dus uit van planning en niet van realisatie. Verrekening van verschillen tussen geraamde en gerealiseerde productie kon vanwege het kasverplichtingenstelsel niet plaatsvinden. Hoewel de systematiek in hoofdlijnen is gehandhaafd, werd in 2005 een vereenvoudiging doorgevoerd. Daarin is sprake van afrekening op basis van gerealiseerde in plaats van geraamde productie. Ook is er  meer expliciete aandacht voor kwaliteitszorg dan in de oorspronkelijke opzet. Maar dan hebben we het voor de goede orde over systeemgerichte en organisatorische kwaliteit. Niet over de juridische kwaliteit. Het opnemen van kwaliteit als variabele of component in de formules van de bekostiging is onwenselijk en – naar alle waarschijnlijkheid – in dit stadium onmogelijk. Kwaliteit en kwaliteitseisen functioneren in het systeem zoals gezegd als noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerend bekostigingsstelsel Dat maakt het noodzakelijk meer aandacht te besteden aan kwaliteit binnen de bedrijfsvoering. Het accent lag en ligt op een optimalisatie van een systeem van kwaliteitszorg vanuit een organisatorische invalshoek. Een verrekensystematiek is ontwikkeld voor het geval gerechten meer of minder zaken hebben geproduceerd dan in de jaarplannen is afgesproken. De opbrengst van meer productie komt ten bate van de gerechten, minder productie dan afgesproken ten laste van de gerechten. De jacht op kwantiteit werd geopend.</p>
<p style="text-align: justify;"><em><strong>Geen doelmatigheid, maar bureaucratie</strong></em></p>
<p style="text-align: justify;">Cijfermatig is het opvallend dat de achterstanden in hoog tempo goeddeels zijn weggewerkt, terwijl de werkdruk niet lijkt te zijn toegenomen, zo constateerde de visitatiecommissie in 2006. Maar een waardering hiervan is moeilijk omdat de conclusies lang niet door iedereen worden gedeeld en omdat de hierover gepubliceerde cijfers multi-interpretabel zijn, bijv. omdat de laatste jaren het Openbaar Ministerie steeds meer zaken buiten de rechter om, zelfstandig kan afdoen (strafbeschikking), veel zaken via het CJIB lopen en de neiging is ontstaan steeds meer strafzaken op het bordje van de enkelvoudige politierechter te schuiven. Een gevaarlijke ontwikkeling. Cijfers van het CBS over de doorlooptijden geven bovendien een wisselend beeld, die de waardering nog meer vertroebelen. Zo daalt de geregistreerde criminaliteit al een groot aantal jaren, en is het aantal door de rechter afgedane strafzaken relatief slechts licht toegenomen (van 103.00 naar 112.000). De doorlooptijden in strafzaken bij de politierechter is in de periode 2005-2010 licht opgelopen (van gemiddeld 5 weken, tegen 6 weken in 2010), terwijl die tijden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank, die de ingewikkelde strafzaken behandelt) in 2010 op 17 weken lag en in 2005 op 14 weken.  Beide ontwikkelingen zijn verklaarbaar. De politierechter wordt overstelpt met strafzaken en de ingewikkeldheid van zaken die door de meervoudige kamer worden berecht is enorm toegenomen (invloed verdragsrecht, discussies over forensisch bewijs en rapportages gedragsdeskundigen; toegenomen mondigheid verdediging). Gelet op dat laatste is het niet verwonderlijk dat ook de doorlooptijden bij het Hof in beroep in 2010 hoger liggen. Deze tendens zet zich bij de HR voort, het geen in toenemende mate er toe leidt dat de berechting onredelijk lang duurt en strafvermindering wordt toegepast. Zo gezien komt de conclusie uit het rapport van het SCP in 2012 (“Waar voor ons belastinggeld”) dat de rechtspraak gelet op de grote investeringen in de periode 1995-2010 weinig extra heeft gepresteerd, niet als een donderslag bij heldere hemel (al wordt ook die conclusie &#8211; uiteraard &#8211; in twijfel getrokken). Binnen de gerechten heeft zich bovendien een stille revolutie voltrokken. De rechterlijke macht is van origine een van autonome professionals en wordt meer en meer gekenmerkt door een die is doortrokken van bureaucratie en management. Veel meer dan vroeger wordt bij het selecteren van rechters gelet op managementkwaliteiten en het management (gerechtsbestuur zowel als RvdR) drukken een steeds sterker stempel op de bedrijfscultuur. Door een niet gering aantal rechters wordt dit als onplezierig (om een eufemisme te gebruiken) ervaren. Zeker wanneer ook de bevordering tot vice-president of coördinerend vice-president afhankelijk wordt gemaakt van de managementkwaliteiten. Veel rechters storen zich aan de bureaucratie (tijdschrijfonderzoeken) en dringen aan op verbetering van de inhoudelijke kwaliteit. Daarvoor is wel oog, maar er is vaak weinig ruimte voor rechters om vakcursussen te volgen. Het werk blijft niet liggen. Interne discussie over onderlinge uitspraken wordt vaak geschuwd en kennis van het verdragsrecht is in het algemeen minimaal.</p>
<p style="text-align: justify;"><em><strong>Conclusie</strong></em></p>
<p style="text-align: justify;">Het antwoord op de vraag of de rechtspraak dor de introductie van een op productie en doelmatigheid georiënteerd financieringsmodel ook daadwerkelijk efficiënter is gaan werken, is niet eenduidig en dat zegt al genoeg. Wat wel duidelijk is dat de bureaucratie enorm is toegenomen en de sfeer er binnen de gerechten niet beter op is geworden. Daarbij komt dat het managementdenken onvoldoende rekening heeft gehouden met de toegenomen complexiteit van strafzaken en meer in het algemeen van het recht. De regeldichtheid in ons land is enorm en door hiervoor genoemde factoren is de beoordeling er niet eenvoudiger op ge worden. Zaken, ook ingewikkelde zaken, worden te vaak afgedaan door een enkelvoudige rechter en het bijhouden van rechtspraak en literatuur schiet er te vaak bij in. Er is onvoldoende kennis van andere vakgebieden, terwijl die kennis vaak wel nodig is om een zaak goed af te doen. Rechters die worden afgerekend op het aantal uitspraken zijn te vaak slordig bij de bewijsbeslissingen en, hebben te vaak de neiging om een zaak af te doen in plaats van getuigen te horen.  Het lijkt mij wenselijk en noodzakelijk dat het economisch denken zijn dominantie verliest en dat meer rekening wordt gehouden met inhoudelijke kwaliteitseisen, bijv. door onafhankelijke deskundigen in te huren die de zaken die bij de HR of het EHRM de toets der kritiek niet kunnen doorstaan te analyseren en op basis daarvan te bezien of, en zo ja, welke kwaliteitsimpulsen nodig zijn. Berechting binnen een redelijke termijn mag niet ontaarden in een te vlotten en slordige berechting. Want dan keert de wal het schip.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright2012@Wedzinga">Copyright2012@Wedzinga</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/05/02/rechtspraak-in-een-spagaat-tussen-kwaliteit-en-kwantiteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Amsterdamse zedenzaak: complicaties bij toewijzing schadevergoeding</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/04/03/amsterdamse-zedenzaak-complicaties-bij-toewijzing-schadevergoeding/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/04/03/amsterdamse-zedenzaak-complicaties-bij-toewijzing-schadevergoeding/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 Apr 2012 12:31:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[De staat van de rechtsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[Media]]></category>
		<category><![CDATA[Robert M.]]></category>
		<category><![CDATA[Slachtoffer]]></category>
		<category><![CDATA[Wilders]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1924</guid>
		<description><![CDATA[Advocaat Richard Korver heeft tot nu toe het geluk aan zijn zijde. Het zij hem gegund. Hij is kundig en verdedigt zijn cliënten met verve. In en buiten de rechtszaal. Door de aard van deze bizarre  zaak is iedereen vanzelfsprekend op zijn hand en heeft hij de wind mee. Dat bleek al in het begin [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Advocaat Richard Korver heeft tot nu toe het geluk aan zijn zijde. Het zij hem gegund. Hij is kundig en verdedigt zijn cliënten met verve. In en buiten de rechtszaal. Door de aard van deze bizarre  zaak is iedereen vanzelfsprekend op zijn hand en heeft hij de wind mee. Dat bleek al in het begin van de zaak toen de rechtbank in strijd met letter en geest van de wet preludeerde op een wetsvoorstel en oordeelde dat ook de ouders van de jeugdige slachtoffer van Robert M. en Richard van O. het spreekrecht toekwam. Dat was juridisch gezien op zijn zachtst gezegd aanvechtbaar omdat de wetgever aan zulke jonge slachtoffertjes geen spreekrecht toekent en de ouders per definitie dus ook gen afgeleid spreekrecht hebben. Maar het verzoek van Korver en de beslissing van de rechtbank konden begrijpelijkerwijs op veel bijval rekenen. Ik vraag mij echter af of hierover het laatste woord is gezegd.</p>
<p style="text-align: justify;">Maandag diende Korver een verzoek tot schadevergoeding in. Bij Pauw en Witteman legde hij uit dat de immateriële schade is gerelateerd aan 1. de inbreuk op het recht op lichamelijke integriteit 2.  de verstoring van het recht op gezinsleven en 3. de inbreuk op de privacy door het maken van pornografische opnames. Al met al gaat het bij de vele tientallen slachtoffertjes om een bedrag van meer dan een miljoen. Dat lijkt heel wat, maar staat m.i. in geen verhouding tot het leed dat de ouders en de kinderen tot in lengte van jaren moeten ondergaan. Hollandse krenterigheid op zijn slechtst. Korver had wat meer zijn nek moeten uitsteken (zoals hij dat ook bij het spreekrecht heeft gedaan) en niet op het zuinige kompas van de Nederlandse en Belgische rechter moeten varen. Wie niet waagt, wie niet wint. De rechter kan altijd matigen. En dit is een uitzonderlijke zaak.</p>
<p style="text-align: justify;">De ouders vallen bij de schadevergoeding opeens buiten de boot, omdat de rechtbank hen niet als slachtoffers ziet. Een redenering die op gespannen voet staat met die op basis waarvan de ouders door dezelfde rechtbank het spreekrecht werd toegekend. Centraal stond daarbij immers de gedachte dat ouders en kinderen in deze zaak met elkaar moeten worden vereenzelvigd en de ouders, zo begrijp ik,  dus juist wel als slachtoffers moesten worden aangemerkt. Waarom dan nu niet die redenering gevolgd? De rechtbank begeeft zich wederom juridisch gezien op glad ijs.</p>
<p style="text-align: justify;">Natuurlijk heeft advocaat Korver gelijk wanneer hij stelt dat toekenning van de schadevergoeding niet tot verhaal bij de daders zal leiden. Van een kale kip valt immers niets te plukken. Maar de nog niet zo lang geleden in een nieuw jasje gestoken wettelijke schadevergoedingsregeling voorziet in de mogelijkheid dat de Staat het toegekende bedrag voorschiet aan de ouders om zich daarna te verhalen op Robert M. en Richard van O.. Wanneer de Staat daarbij vervolgens bot vangt, hangt de beide daders de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis boven het hoofd. Na die tenuitvoerlegging blijven zij verplicht om de Staat het voorgeschoten bedrag, inclusief de inmiddels van kracht geworden verhogingen, te betalen.</p>
<p style="text-align: justify;">Het is echter nog maar de vraag of de rechter de (immateriële) schadevergoeding toewijst. Belangrijke maatstaf daarbij is namelijk dat het gaat om een verzoek dat “eenvoudig” van aard is. Een strafrechter heeft een broertje dood aan ingewikkelde schadevergoedingszaken en geeft dat liever uit handen aan de civiele rechter. De rechtspraak over de vorderingen van de benadeelde partij laten dat overtuigend zien. Daarom is het bepaald niet ondenkbaar dat het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen (niet-ontvankelijk verklaard). De ouders zullen daarna hun heil alsnog moeten zoeken bij de burgerlijke rechter. Een lange, slepende en treurige procedure.</p>
<p style="text-align: justify;">De publieke opinie die sterk wordt gevoed door de media drukt naar mijn overtuiging een stempel op deze zaak en daardoor worden, net zoals in de zaak Wilders het geval is geweest,  de wettelijke spelregels niet zo nauw genomen. Ik heb de indruk dat de rechter zich te zeer laat beïnvloeden door de media. De schadevergoeding zal dan ook wel worden toegewezen. Uit menselijk oogpunt valt dat toe te juichen. Rechtsstatelijk gezien is het bedenkelijk. Het recht moet zijn loop hebben en in dit geval is evident dat als wordt bewezen dat Robert M. en Richard van O. zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik van zoveel weerloze slachtoffertjes, alleen al uit oogpunt van vergelding en beveiliging een zware straf (en eventueel een maatregel als tbs) op zijn plaats is. De vraag is of de rechters om aan dat gevoel tegemoet te komen, zo uit de pas meten lopen. Aan eigenrichting door de rechter hebben we ook geen behoefte. Zeker niet wanneer het rechtsgevoel ook op andere wijze kan worden bevredigd.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright2012@WicherWedzinga">Copyright2012@WicherWedzinga</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/04/03/amsterdamse-zedenzaak-complicaties-bij-toewijzing-schadevergoeding/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Uitspraak Hoge Raad laat geen ruimte voor spreekrecht ouders in zaak Robert M.</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/03/13/uitspraak-hoge-raad-laat-geen-ruimte-voor-spreekrecht-ouders-in-zaak-robert-m/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/03/13/uitspraak-hoge-raad-laat-geen-ruimte-voor-spreekrecht-ouders-in-zaak-robert-m/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Mar 2012 13:14:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[Robert M.]]></category>
		<category><![CDATA[Slachtoffer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1921</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Terwijl de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam broedt op de beslissing over het verzoek om wraking, laait de discussie hierover in de media op. Daarbij staat een recente uitspraak van de HR in het middelpunt van de belangstelling. In HR 6 maart 2012 (LJN: BR1149) etaleert de Hoge Raad in het voetspoor van Advocaat-Generaal  [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p style="text-align: justify;">Terwijl de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam broedt op de beslissing over het verzoek om wraking, laait de discussie hierover in de media op. Daarbij staat een recente uitspraak van de HR in het middelpunt van de belangstelling.</p>
<p style="text-align: justify;">In HR 6 maart 2012 (LJN: BR1149) etaleert de Hoge Raad in het voetspoor van Advocaat-Generaal  Silvis zijn visie op de wettelijke regeling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden. Het ging in deze zaak om de vriendin van een bejaarde vrouw die om het leven was gebracht . Aan haar werd de gelegenheid gegund om haar gevoelens ten overstaan van de rechters onder woorden te brengen. Niet als getuige, maar als slachtoffer. Dat heeft uiteraard invloed op de straftoemeting. Maar de Hoge Raad brak de staf hierover en deed dat, een week voor de zaak Robert M. diende, in niet mis te verstane bewoordingen.</p>
<p style="text-align: justify;">Vanzelfsprekend is de zaak waarover de HR op 6 maart j.l. moest oordelen van een andere aard dan de zaak tegen Robert M.. Strafzaken verschillen per definitie nu eenmaal altijd van elkaar. Volgens sommigen (de verdediging van Robert M.) zou hieruit niettemin blijken dat  de HR het speekrecht  voorbehoudt aan degenen die daartoe door de wetgever zijn aangewezen (en dat zijn dus niet de ouders van de jeugdige slachtoffers van Robert M.), volgens anderen (zoals advocaat Richard Korver die namens de ouders optreedt) heeft die uitspraak van ons hoogste rechtscollege geen gevolgen voor het spreekrecht voor de ouders omdat het daarin om een andere zaak ging.</p>
<p style="text-align: justify;">Welnu, de uitspraak is niet voor tweeërlei uitleg vatbaar en laat geen andere conclusie toe dan dat de ouders geen spreekrecht hebben. Ook als je geen jurist bent, laten de volgende overwegingen van de HR niets aan duidelijkheid te wensen over:</p>
<p style="text-align: justify;"><em>“3.6.2. Strikte toepassing van deze wettelijke regeling biedt het voordeel dat omtrent de bijzondere status van de spreekgerechtigde geen onzekerheid bestaat. Het verschaft de slachtoffers, het openbaar ministerie, de verdediging en de rechter duidelijkheid en voorkomt discussie of en aan de hand van welke maatstaven iemand spreekrecht moet worden verleend en wat de gevolgen daarvan zijn. Een uitbreiding van de wettelijke categorie van spreekgerechtigden behoort tot de taak van de wetgever en gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten“.</em></p>
<p style="text-align: justify;">Ai ai. En dan de genadeklap:</p>
<p style="text-align: justify;"><em>“3.6.3. Het vorenstaande brengt mee dat de rechter het verzoek van een persoon die niet tot de wettelijke categorie spreekgerechtigden behoort ter terechtzitting een verklaring af te leggen, zal behoren af te wijzen, ook indien de betrokkene (abusievelijk) door het openbaar ministerie is opgeroepen tot het afleggen van een verklaring. Als motivering van die afwijzing volstaat dat die persoon niet tot de in de wet genoemde spreekgerechtigden behoort”.</em></p>
<p style="text-align: justify;">Hier is geen woord Spaans bij. De overwegingen van de Hoge Raad zijn van algemene aard en overstijgen de specifieke feiten en omstandigheden van de casus. Met andere woorden: De rechtbank Amsterdam is in de zaak Robert M. te voorbarig geweest door aan de ouders van de (vermeende) slachtoffers het spraakrecht toe te kennen, terwijl de wettelijke regeling daarvoor geen voorziening kent.</p>
<p style="text-align: justify;">Het meest voor de hand ligt nu om het wrakingsverzoek te honoreren omdat door deze beslissing het recht op een eerlijk proces voor Robert M. op de tocht komt te staan. Een andere strafkamer zal zich over de zaak moeten buigen.</p>
<p style="text-align: justify;">Ook voor de echtgenoot van Robert M. heeft deze beslissing repercussies. De advocaat van Richard van O. zei bij Pauw en Witteman weliswaar dat het benoemen van nieuwe rechters geen invloed zou hebben op de behandeling van de zaak tegen zijn cliënt nu die zaak niet gevoegd, maar gelijktijdig behandeld werd, maar dat kan hij wel vergeten. De nieuwe rechtbank zal vanwege de samenhang tussen beide zaken ongetwijfeld  opnieuw een gelijktijdige behandeling “gelasten.  Zo gezien lift deze advocaat dus mee op de verdedigingsstrategie van de advocaten van Robert M..</p>
<p style="text-align: justify;">Mocht het wrakingsverzoek worden afgewezen, dan heeft de verdediging alle reden om deze gang van zaken aan te kaarten bij Hof, Hoge Raad en EHRM. Voor de zoveelste keer stel ik de vraag wat heeft deze rechtbank bezielt om als wetgever op te treden en de ouders  spreekrecht te geven? Zo dreig je de ouders nog meer te traumatiseren.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright2012@Wedzinga">Copyright2012@Wedzinga</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/03/13/uitspraak-hoge-raad-laat-geen-ruimte-voor-spreekrecht-ouders-in-zaak-robert-m/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wraking rechtbank Robert M. zat er aan te komen</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/03/12/wraking-rechtbank-robert-m-zat-er-aan-te-komen/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/03/12/wraking-rechtbank-robert-m-zat-er-aan-te-komen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Mar 2012 15:46:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[Robert M.]]></category>
		<category><![CDATA[Slachtoffer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1918</guid>
		<description><![CDATA[&#160; In een eerdere column op crimesite gaf ik al een schot voor de boeg. De vele (vermeende) slachtoffers van Robert M. hebben geen spreekrecht en de ouders ook niet.  Daarmee kun je het hartgrondig eens of oneens zijn, maar de wetgever heeft het nu eenmaal zo geregeld. Hierin komt verandering, maar dat is toekomstmuziek. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p style="text-align: justify;">In een eerdere column op crimesite gaf ik al een schot voor de boeg. De vele (vermeende) slachtoffers van Robert M. hebben geen spreekrecht en de ouders ook niet.  Daarmee kun je het hartgrondig eens of oneens zijn, maar de wetgever heeft het nu eenmaal zo geregeld. Hierin komt verandering, maar dat is toekomstmuziek. Handen af dus van dat spreekrecht, hoe zeer je het de ouders ook zou gunnen.</p>
<p style="text-align: justify;">Waarom heeft dan de rechtbank het risico genomen om die wettelijke regeling uit te breiden? Natuurlijk, het is een sympathieke gedachte, maar het is ook koren op de molen van de verdediging. Want een rechter die op de stoel van de wetgever gaat zitten, gaat zijn boekje te buiten. In mijn column schreef ik al dat de rechtbank Amsterdam door deze wilde beslissing haar eigen rechterlijke onpartijdigheid op het spel zet. En zie daar, vanmiddag is de rechtbank door de advocaten van Robert M. gewraakt. Verdedigingstechnisch en strategisch gezien een voor de hand liggende zet.</p>
<p style="text-align: justify;">Het verzoek zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid  worden afgewezen. Daarvoor ligt de zaak te gevoelig en is invloed van de media te groot. Leg het maar eens uit aan de buitenwacht dat je de rechters die zo’n sympathieke beslissing nemen van de zaak haalt. Maar daarmee is de kous niet af. Ook de advocaten van Robert M. beseffen dat de kans op succes te verwaarlozen is.  In het Nederlandse strafprocesrecht is het een uitzondering dat een wrakingsverzoek wordt gehonoreerd. En als het wordt toegewezen, is het vaak om de verkeerde reden, zoals in de zaak Wilders. Wrang, maar waar.</p>
<p style="text-align: justify;">Maar de advocaten van Robert M. kijken verder dan deze rechtbank. De slag is daar al verloren. Maar in de verte gloort het EVRM en het EHRM. En daar is het ze, denk ik, om te doen. Wellicht scoren ze met dit punt bij de Hoge Raad, die nog zeer recentelijk besliste dat uitbreiding van het spreekrecht een zaak van de wetgever en niet van de rechter is. En als het bij de Hoge Raad niet lukt, kan de winst bij het EHRM worden behaald. Is van een eerlijk proces nog sprake als een rechtbank de wet aan haar laars lapt en zich op voorhand al zo opstelt?</p>
<p style="text-align: justify;">Ik kan deze rechtbank werkelijk niet volgen. Ja, menselijk gezien wel. Maar juist daarom zou je dat risico niet moeten en mogen lopen. Nu lijkt er geen weg terug en voorzie je de verdediging van munitie. Hoe dom kun je zijn?!</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright2012@Wedzinga">Copyright2012@Wedzinga</a></p>
<p style="text-align: justify;">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/03/12/wraking-rechtbank-robert-m-zat-er-aan-te-komen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het klunzige pleidooi van de advocaat van Joran van der Sloot</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/01/13/het-klunzige-pleidooi-van-de-advocaat-van-joran-van-der-sloot/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/01/13/het-klunzige-pleidooi-van-de-advocaat-van-joran-van-der-sloot/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 13 Jan 2012 09:17:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[Joran van der Sloot]]></category>
		<category><![CDATA[Natalee Holloway]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1893</guid>
		<description><![CDATA[Vanmiddag om 4 uur doet de rechtbank in Peru uitspraak in de zaak tegen Joran  van der Sloot. Die uitspraak zal weinig verrassend zijn.  Een gevangenisstraf van om en nabij de 25 jaar en een boete van naar verwachting 50.000 euro.  Zijn advocaat, José Jiménez Navarro, hoopt  op 21 jaar. De praktijk in Peru is [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vanmiddag om 4 uur doet de rechtbank in Peru uitspraak in de zaak tegen Joran  van der Sloot. Die uitspraak zal weinig verrassend zijn.  Een gevangenisstraf van om en nabij de 25 jaar en een boete van naar verwachting 50.000 euro.  Zijn advocaat, José Jiménez Navarro, hoopt  op 21 jaar. De praktijk in Peru is dat bij een volledige bekentenis of “sincere confession” zoals het daar wordt genoemd, ongeveer een zesde van de eis af gaat. Van die straf hoeft Joran als hij zich goed gedraagt naar verwachting slechts een derde uit te zitten. Al met al zal hij dus na een jaar of 10 de deur uitlopen. Nou ja, “uitlopen”?  Vermoedelijk zal hij linea recta naar het vliegveld worden gebracht waarna hem het volgende proces te wachten staat. De oplichting van de moeder van Natalee Holloway, die- hoezo toeval? – gisteren “juridisch doodverklaard” is. Joran troggelde haar geld af in ruil voor de belofte prijs te geven waar Natalee Holloway begraven lag.</p>
<p style="text-align: justify;">Wat geen aandacht in de media heeft gekregen is de wel zeer knullige wijze waarop de advocaat van Joran hem heeft verdedigd. <span id="more-1893"></span>Dat hij en Joran kozen voor de strategie om een volledige bekentenis af te leggen, valt te begrijpen omdat strafvermindering in het verschiet ligt. In de praktijk trekken Peruaanse rechters dan meestal 1/6 van de eis af. Maar als advocaat had je van meneer Jiménez mogen verwachten dat hij ook dan in ieder geval alles uit de kast zou halen om een optimale strafvermindering voor zijn cliënt in de wacht te slepen. Want persoonlijke omstandigheden kunnen die reductie met 1/6, die al min of meer standaard in mindering wordt gebracht, extrapoleren. Die kans heeft hij door gepruts laten liggen. Al direct na het begin van zijn pleidooi waarin hij een beroep deed op het posttraumatisch stresssyndroom dat Joran zou hebben opgelopen door alle commotie die ontstond na de verdwijning van Natalee Holloway, werd hem de mond gesnoerd door de “attorney of the defense”, de advocaat van de familie Flores. Op deze verwachte repliek bleef Jiménez vervolgens het antwoord schuldig. En daar ging zijn pleidooi. In de kiem gesmoord.</p>
<p style="text-align: justify;">De Peruaanse advocaat Sandro Monteblanco, die juridisch commentaar geeft voor de Amerikaanse tv-zenders ABC en NBC , verwoordt het aldus: “While it is true that once an accused adheres to the Early Termination of their legal proceedings, their defense attorney is given a few minutes for closing arguments, it takes special skill to build into said arguments the relevant information that could yield his client a more benign sentence”. Joran’s advocaat is dus tekort geschoten, het geen ook onder Peruaanse juristen is opgevallen.</p>
<p style="text-align: justify;">Jiménez is een, naar zeggen, betrekkelijk onervaren advocaat, die zich slecht op de zaak had geprepareerd. Misschien ook was hij onder de indruk van de “defense attorney”, die zijn voormalige leermeester is. Wat overigens wel een raar bijsmaakje geeft. In het Peruaanse strafrecht heeft het slachtoffer een andere rechtspositie dan in het Nederlandse strafprocesrecht. Zoals we hebben kunnen zien kan het slachtoffer zelfs invloed uitoefenen op de aanklacht. Het strafrecht in Peru is wat meer accusatoir en civielrechtelijk ingericht dan ons strafrecht, waar het Openbaar Ministerie de dienst uitmaakt. Maar dat betekent wel dat je als verdachte afhankelijk bent van de technisch-juridische kwaliteiten van je advocaat. In een strafvorderlijk systeem als het Nederlandse krijgt de advocaat vaak te veel eer. Wanneer een verdachte wordt vrijgesproken, wordt dat in de regel toegeschreven aan de expertise van de advocaat, terwijl er in bijna alle zaken van uit mag worden gegaan dat ook zonder de bijstand van een advocaat vrijspraak zou zijn gevolgd. In Peru heeft de advocaat van de verdachte een kardinale rol na een volledige bekentenis, mits hij adequaat inspeelt op de argumenten die de advocaat van het slachtoffer bezigt om het strafmaatverweer te pareren. In dit geval verzaakte de advocaat van Joran op alle punten, waarna hij al na vijf minuten zijn biezen mocht pakken.</p>
<p style="text-align: justify;">Gelet op de gelaatsuitdrukking van Joran had hij niet door hoezeer zijn advocaat hem heeft laten zakken. De vroegere leermeester gaf zijn voormalige student opnieuw een lesje. Dat deze daarop niet adequaat reageerde, geeft te denken. Of het veel zal uitmaken moeten we afwachten. Joran heeft dan weliswaar “spijt” betuigd, maar stond na afloop lachend te praten met zijn advocaat. Als rechter zou ik ook daar een bijsmaakje aan overhouden.</p>
<p><a href="mailto:Copyright2012@Wedzinga">Copyright2012@Wedzinga</a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/01/13/het-klunzige-pleidooi-van-de-advocaat-van-joran-van-der-sloot/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Strafproces Joran van der Sloot: Aankondiging</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/01/04/strafproces-joran-van-der-sloot-aankondiging/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/01/04/strafproces-joran-van-der-sloot-aankondiging/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 04 Jan 2012 10:11:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Joran van der Sloot]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1887</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Vrijdag 6 januari 2011 begint het geruchtmakende strafproces tegen Joran van der Sloot. Van der Sloot wordt beschuldigd van een brute moord op het Stephany Flores. Het proces wordt gevolgd en van deskundig commentaar voorzien door een Peruviaanse advocaat, Sandro O. Monteblanco. Monteblanco is een kenner van het Peruaanse strafrecht en strafprocesrecht en is [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p>Vrijdag 6 januari 2011 begint het geruchtmakende strafproces tegen Joran van der Sloot. Van der Sloot wordt beschuldigd van een brute moord op het Stephany Flores. Het proces wordt gevolgd en van deskundig commentaar voorzien door een Peruviaanse advocaat, Sandro O. Monteblanco. Monteblanco is een kenner van het Peruaanse strafrecht en strafprocesrecht en is als CEO en Senior Partner verbonden aan Law Offices of Montblanc &amp; Associates, LLC in Lima (Peru). Monteblanco treedt bij tijd en wijle op in Amerikaanse nieuwsprogramma’s (ABC) om juridische informatie te verschaffen over het proces. Hij zal ook via deze website de ontwikkelingen in kaart brengen.</p>
<p style="text-align: justify;">Volgens Monteblanco heeft Joran van der Sloot enkele troefkaarten achter de hand en kan nu al worden gezegd dat de opstelling van het Peruaanse Openbaar Ministerie opmerkelijk is. Bepaald niet ondenkbaar is dat tijdens dit proces ook informatie over de verdwijning van Natalee Holloway aan het licht komt. Bij het deskundig commentaar van Monteblanco zullen kanttekeningen worden gezet door strafrechtanalist dr. mr. W. Wedzinga. Een en ander is tevens te volgen via mijn twitteraccount.</p>
<p style="text-align: justify;">Wicher Wedzinga</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2012/01/04/strafproces-joran-van-der-sloot-aankondiging/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Schending raadkamergeheim: Hoge Raad oordeelt dat OM en rechters in de fout zijn gegaan</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2011/12/28/schending-raadkamergeheim-hoge-raad-oordeelt-dat-om-en-rechters-tegen-mij-in-de-fout-zijn-gegaan/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2011/12/28/schending-raadkamergeheim-hoge-raad-oordeelt-dat-om-en-rechters-tegen-mij-in-de-fout-zijn-gegaan/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Dec 2011 13:00:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[De staat van de rechtsstaat]]></category>
		<category><![CDATA[klassenjustitie]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar Ministerie]]></category>
		<category><![CDATA[Rechterlijke Macht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1869</guid>
		<description><![CDATA[Vanmiddag is er een persbericht uitgegaan in verband met een uitspraak van de Hoge Raad in een zaak waarin ik wegens schending van het raadkamergeheim terecht stond. Die uitspraak komt er &#8211; kort gezegd &#8211; op neer dat de strafvervolging en de diverse veroordelingen de schijn van partijdigheid hebben gewekt. De tekst van dit persbericht heb ik in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">Vanmiddag is er een persbericht uitgegaan in verband met een uitspraak van de Hoge Raad in een zaak waarin ik wegens schending van het raadkamergeheim terecht stond. Die uitspraak komt er &#8211; kort gezegd &#8211; op neer dat de strafvervolging en de diverse veroordelingen de schijn van partijdigheid hebben gewekt. De tekst van dit persbericht heb ik in hieronder staan. Omdat een persbericht per definitie beknopt moet zijn, licht ik de gang van zaken rond de uitspraak toe.</p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;"><strong>Persbericht</strong></span></p>
<p style="text-align: justify;"><em><span style="color: #000080;">Hoge Raad zet streep door veroordeling voormalig raadsheer</span></em></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">De Hoge Raad heeft een veroordeling van voormalig raadsheer Wicher Wedzinga wegens schending van het raadkamergeheim ongedaan gemaakt  (zie LJN: BU 3447). In een unieke en opmerkelijke uitspraak zegt het hoogste rechtscollege dat de vervolging en veroordeling van de ex-magistraat partijdig is geweest. Tegen Wedzinga, die als raadsheer was verbonden aan het Hof te Leeuwarden, is namelijk door datzelfde Hof vervolging bevolen en vervolgens heeft opnieuw datzelfde dat Hof hem in hoger beroep veroordeeld. En dat terwijl het Openbaar Ministerie aanvankelijk de zaak had geseponeerd. “Te bizar voor woorden”, aldus Wedzinga.</span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">Het Openbaar Ministerie heeft volgens de Hoge Raad verzuimd om een verzoekschrift in te dienen om de vervolging en berechting door andere rechters te laten plaatsvinden. Een dergelijk verzoekschrift is bedoeld om te garanderen dat een (voormalig) rechter niet door rechters die aan dezelfde rechtbank of hetzelfde Hof waren verbonden, wordt berecht. De Hoge Raad overweegt dat dit verzuim van het Openbaar Ministerie “zozeer in strijd is met een behoorlijke procesorde” dat de veroordelingen door rechtbank en Hof hun geldigheid hebben verloren en gaat zelfs zover dat ook de vervolgingsbeslissing van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd.</span><span style="color: #000080;"> </span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">De ongekend scherpe uitspraak van de Hoge Raad brengt het Openbaar Ministerie en de rechters in Groningen en Leeuwarden in diskrediet. Wedzinga zelf is verheugd dat de Hoge Raad een streep heeft gezet door zijn veroordeling, maar betreurt het dat de Hoge Raad geen inhoudelijk oordeel heeft geveld over de betekenis van het begrip raadkamergeheim en heeft  daarom ook bewust geen punt gemaakt van de partijdige aanpak. “Ik heb iemand die ik ooit heb veroordeeld na mijn vertrek bij het Hof geholpen met zijn herzieningsprocedure omdat ik uit latere informatie van advocaat Doedens begreep dat die veroordeling onterecht was”. “Ik heb nimmer de intentie gehad om het raadkamergeheim te schenden en uitsluitend iets over mijn eigen twijfels gezegd. Dat heb ik bovendien publiekelijk gedaan”.</span><span style="color: #000080;"> </span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">Wedzinga vindt dat er in de loop van de jaren vanuit justitie een soort heksenjacht is op hem is ontketend vanwege zijn kritische houding op het functioneren van het Openbaar Ministerie en de rechters. “Dat zie je bij meer criticasters van het rechtssysteem en in het bijzonder bij hen die het disfunctioneren van het Openbaar Ministerie aan de kaak stellen”. Zo is Wedzinga vervolgd omdat hij een advocaat te kennen had gegeven aangifte te doen wanneer deze door zou gaan met zijn dubieuze praktijken. Uiteindelijk is hij ook daarvan vrijgesproken. En er zijn ook een aantal andere voorbeelden die aangeven hoezeer het Openbaar Ministerie en ex-collega’s het op Wedzinga hebben gemunt.</span><br />
<span style="color: #000080;"> </span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">De voormalige magistraat die nog steeds een landelijke reputatie geniet als een van de beste juristen van ons land vindt wel dat nu de tijd rijp is om tegen dergelijke “ziekelijke” praktijken juridisch te ageren.  “Ik heb lang gewacht, maar nu is het tijd voor actie”, aldus Wedzinga, die zegt dat hij n.a.v. deze uitspraak van de Hoge Raad schadevergoeding zal eisen en degenen die verantwoordelijk zijn voor de klopjacht aansprakel</span><span style="color: #000080;">ijk zal stellen.</span><span style="color: #000080;"> </span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">Wedzinga hoopt dat de Hoge Raad van de rechtsbescherming van burgers meer werk maakt. “Ik ken een aantal rechterlijke dwalingen en beslissingen die in een land dat pretendeert een rechtsstaat te zijn, niet door de beugel kunnen. Als voorbeeld noemt hij de Deventer Moordzaak en de volgens hem ondeugdelijke veroordeling van Louis Hagemann”. Het rechtssysteem loopt volgens Wedzinga aan alle kanten uit de rails, is verouderd en te veel op repressie toegesneden, waarbij politie en justitie de dienst uitmaken zonder dat zij worden gecontroleerd en waarbij de rol van de rechter in toenemende mate is geminimaliseerd. “Voeg daarbij de onjuiste beeldvorming door de media en het politieke opportunisme en je hebt alle ingrediënten voor een systeem dat zich meer en meer ontwikkelt tot een politiestaat”, aldus de voormalige magistraat en strafrechtdeskundige. “We hebben een financiële crisis, een politieke crisis, maar menigeen vergeet dat we al sinds jaar en dag ook een crisis hebben die de fundamenten van ons rechtssysteem raakt. Ernest Louwes en een groot aantal anderen zijn daarvan de dupe geworden. Dat is veel belangrijker dan wat mij is overkomen”.</span><br />
<span style="color: #000080;"> </span></p>
<p style="text-align: justify;"><span style="color: #000080;">Meer informatie:</span><br />
<span style="color: #000080;"> Mr. J.P. Plasman</span><br />
<span style="color: #000080;"> Tel: 020-6731548</span></p>
<p style="text-align: justify;"><strong>Toelichting</strong></p>
<p style="text-align: justify;">In technisch-juridische zin is deze uitspraak opmerkelijk, niet alleen vanwege de cassatietechnische afdoening, maar ook omdat de Hoge Raad een extensieve interpretatie voorstaat van artikel 510 Wetboek van Strafvordering. In gewoon Nederlands komt dat laatste er op neer dat de Hoge Raad van mening is dat ook voormalige rechters, die <strong>na</strong> hun ontslag uit de Rechterlijke Macht verdacht worden van een ambtsmisdrijf, recht hebben op vervolging voor een andere gerecht dan dat waarvoor zij werkzaam waren en ook voor een ander gerecht binnen het ressort waarin zij functioneerden. Voor dat laatste is de verzoekschriftprocedure van artikel 510 Wetboek van Strafvordering bedoeld.</p>
<p style="text-align: justify;">Dat recht is in deze zaak met voeten getreden. De rechtbank Groningen en het Hof Leeuwarden hebben zich ten onrechte met de zaak bemoeid. Het Hof Leeuwarden zelfs tot twee keer aan toe, terwijl de aangifte nota bene was gedaan door een raadsheer en voormalige collega van dat Hof. En het Openbaar Ministerie heeft de schijn van partijdigheid gewekt door geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om door het indienen van een verzoekschrift een ander (onpartijdig) gerecht in te schakelen. Of dat laatste willens en wetens is gebeurd, kan ik niet beoordelen.</p>
<p style="text-align: justify;">Zeer opvallend bij dit alles is de rol van raadsheer Buruma. De voormalige hoogleraar strafrecht was als rechter bij de beslissing van de Hoge Raad betrokken, maar had in een eerder interview met journalist Micha Kat de veroordeling van mij wegens schending van het raadkamergeheim gebillijkt. Dat interview vond plaats op een moment dat Bururma al was benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad. Het kan kennelijk verkeren. Maar het is in wezen onbestaanbaar dat iemand die deel uitmaakt van de Hoge Raad al een oordeel heeft gegeven over een rechterlijke uitspraak die nog door diezelfde Hoge Raad en dan ook nog door een kamer waarvan hij deel uitmaakt, moet worden beoordeeld.</p>
<p style="text-align: justify;">Wat ik meen te moeten constateren is dat de laatste jaren alles uit de kast is gehaald om mij in een kwaad daglicht te stellen. Dat ik fouten heb gemaakt, staat buiten kijf. Maar dat moet wel in proportie worden gezien. Zo ben ik vervolgd &#8211; het persbericht maakt er melding van &#8211; omdat ik een advocaat die er dubieuze praktijken op nahield, had opgebeld en uit naam van een cliënt van mij heb gevraagd daarmee op te houden omdat ik anders aangifte bij de politie zou doen. Dat leidde tot een strafvervolging van mij wegens poging tot dwang. Te gek voor woorden. Eerst in hoger beroep ben ik daarvan vrijgesproken. Mijn advocaat Peter Plasman gaf op de zitting een voorbeeld uit zijn eigen praktijk, waarin een cliënt een heel dossier had gestolen en hij die cliënt sommeerde om het dossier binnen een uur op kantoor terug te brengen omdat hij anders de politie zou bellen.</p>
<p style="text-align: justify;">Deze strafvervolging vond ik veelzeggend. Maar zij staat niet op zichzelf. Ik ben bepaald geen complotdenker, maar het is toch minst genomen opzienbarend te noemen dat er een reeks vergelijkbare incidenten ontstonden, waarbij ik mij  telkens moest verantwoorden voor &#8230; inderdaad, de rechtbank Groningen en het Hof Leeuwarden. Ik meen dan ook dat De Hoge Raad de extensieve interpretatie van artikel 510 Wetboek van Strafvordering niet had mogen beperken tot ambtsmisdrijven. Waar de schijn van partijdigheid centraal staat, is die koppeling niet overtuigend. Een rechter of voormalige rechter dient gevrijwaard te worden van strafvervolging voor het gerecht waarbij hij werkzaam was of voor een gerecht binnen het ressort waarbij hij werkzaam was. Ook bij commune misdrijven en overtredingen wordt de schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling gewekt. Hier rust een schone taak voor het EHRM.</p>
<p style="text-align: justify;">De stalking bleef echter niet beperkt tot instanties als politie en justitie. De Wet van Murphy gold in optima forma. Zo kwam ik er achter dat een voormalige werknemer van mij, die ik moest ontslaan, en die internet vervuilde en vervuilt  door overal de meest liederlijke onzin te verspreiden en dat te larderen met allerlei beledigingen die één voor één rijp zijn voor een strafrechtelijke veroordeling, een wikipediapagina over mij had opgesteld. Hij ook was er als de kippen bij om belastende getuigenverklaringen tegen mij af te leggen, die zonder hem te horen, klakkeloos door (jawel) het Hof Leeuwarden zijn overgenomen. Ik zou, volgens hem, een cliënt van ons juridisch advieskantoor hebben opgelicht, door mij voor te doen als advocaat en door vervolgens een exorbitant bedrag in rekening te brengen. Dat bedrag was inderdaad hoog, maar was destijds door mijn &#8220;zakenpartner&#8221; en een kennis van hem  berekend op basis van mijn juridische know-how. Het stond gewoon in de voorwaarden van de maatschap en op de website en het heette &#8220;marktconform&#8221; te zijn. De cliënt zelf was eerlijk op de zitting en verklaarde dat hij er van uitgng dat ik advocaat was, omdat het kantoor die uitstraling had en omdat ik door mijn vakkennis zo overkwam. Voor (jawel) het Hof Leeuwarden geen beletsel om tot het oordeel te komen dat ik mij als advocaat had voorgedaan. Mij werd eveneens poging tot afdreiging aangewreven. Die poging tot afdreiging (het geen wezenlijk iets anders is als poging tot afpersing,) betrof een advocaat die geld van de derdenrekening van het kantoor had gegeven aan een cliënt, die naam en faam geniet als de grootste cocaïnehandelaar in Friesland. Wederom dreigde ik de politie in te schakelen. Dat heb ik nu wel afgeleerd.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik ben van dit alles geen cent wijzer geworden. Nog geen euro heb ik in eigen zak gestoken. Dat is dan ook  niet bewezen verklaard. Maar het heeft wel een klimaat geschapen waarin getracht werd mij de mogelijkheden te ontnemen om een nieuw bestaan op te bouwen. Het meest ben ik nog getroffen door het feit dat ik door de commotie die is ontstaan al vele jaren mijn kinderen niet heb gezien. Ik wil echter niet de zuurpruim uithangen en mij als slachtoffer manifesteren. Wat mij is overkomen staat in geen verhouding tot wat anderen hebben meegemaakt. Mijn vakkennis is buiten alle twijfel verheven en ik kan daardoor het hoofd boven water houden. Maar dit alles geeft veel stof tot denken en tot actie. Een actie die in het teken moet staan aan een opbouwende, kritische herbezinning op de grondslagen van het strafrecht en het strafprocesrecht. Het huidige kabinet staat een catastrofale politiek voor, zeker op de lage termijn. Maar dat is stof voor een andere bijdrage.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright@Wedzinga2011">Copyright@Wedzinga2011</a></p>
<p style="text-align: justify;">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2011/12/28/schending-raadkamergeheim-hoge-raad-oordeelt-dat-om-en-rechters-tegen-mij-in-de-fout-zijn-gegaan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beslissing spreekrecht in zaak Robert M. juridisch ondeugdelijk en riskant</title>
		<link>http://www.wicherwedzinga.nl/2011/12/15/beslissing-spreekrecht-in-zaak-robert-m-juridisch-ondeugdelijk-en-riskant/</link>
		<comments>http://www.wicherwedzinga.nl/2011/12/15/beslissing-spreekrecht-in-zaak-robert-m-juridisch-ondeugdelijk-en-riskant/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Dec 2011 21:34:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wicher Wedzinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[Robert M.]]></category>
		<category><![CDATA[Slachtoffer]]></category>
		<category><![CDATA[Uitspraken Nederlandse rechters]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.wicherwedzinga.nl/?p=1863</guid>
		<description><![CDATA[De rechtbank Amsterdam gunt de ouders van de slachtoffers van Robert M. het spreekrecht.  Maar een wettelijke basis daarvoor bestaat niet. Sterker nog: de wetsystematiek verzet zich tegen het toekennen van een dergelijk (afgeleid) spreekrecht en een wetsvoorstel om dat spreekrecht wel te regelen is nog in de maak. Volgens de rechtbank zou er sprake [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;">De rechtbank Amsterdam gunt de ouders van de slachtoffers van Robert M. het spreekrecht.  Maar een wettelijke basis daarvoor bestaat niet. Sterker nog: de wetsystematiek verzet zich tegen het toekennen van een dergelijk (afgeleid) spreekrecht en een wetsvoorstel om dat spreekrecht wel te regelen is nog in de maak. Volgens de rechtbank zou er sprake zijn van een “uitzonderlijke situatie”, die deze beslissing rechtvaardigt. De reden is dat naleving van de wet in dit geval een ongewenste situatie op zou leveren, aldus de rechtbank. Vrijwel alle slachtoffers in de zedenzaak zijn namelijk zeer jong en niet in staat zich uit te drukken. Strikte naleving van de wet zou daarom tot ongewenste resultaten leiden en derhalve komt de ouders van de zeer jonge slachtoffers spreekrecht toe. Daarmee begeeft de rechtbank zich op glad ijs en ziet de rechtbank een elementaire wettelijke motveringseis over het hoofd.</p>
<p style="text-align: justify;">Zonder al te veel in techniek te vervallen, komt de wetgeving in essentie hierop neer. Sinds 2005 hebben slachtoffers en nabestaanden het spreekrecht gekregen. De regeling is tamelijk versnipperd over het Wetboek van Strafvordering verspreid en zal binnenkort worden herverkaveld. Slachtoffers en nabestaanden kunnen naar geldend recht hun zegje doen over de emotionele, psychische en sociale gevolgen die zij van het strafbare feiten hebben ondervonden. Dat kan mondeling  of schriftelijk. Zij mogen daarover niet worden ondervraagd. Zo gezien is van een verhoor geen sprake. Voor de verdediging is dat een handicap.</p>
<p style="text-align: justify;">Op basis van de huidige wetgeving heeft een minderjarig slachtoffer van 12 jaar en ouder ook spreekrecht. Maar voor een minderjarige die jonger is dan 12 jaar geldt dat hij of zij slechts dan spreekrecht heeft wanneer de rechter hem of haar “in staat acht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake”. De rechter moet dus taxeren of de minderjarige beseft wat het afleggen van een verklaring op de terechtzitting behelst. Of de rechter, die niet of nauwelijks over psychologische bagage  beschikt, daartoe in staat is, mag worden betwijfeld. Indien de rechter de minderjarige daartoe niet in staat acht, is de kous af.  De vader of moeder heeft in dat geval geen (afgeleid) spreekrecht.</p>
<p style="text-align: justify;">De rechtbank Amsterdam lapt deze regeling echter aan haar laars en preludeert op toekomstige wetgeving, waarin de ouders van een minderjarige die jonger is dan 12 jaar wel het spreekrecht mogen uitoefenen. Dat zal in de ogen van de goegemeente een sympathieke beslissing zijn, maar juridisch is zij ondeugdelijk. Alleen al omdat de rechtbank dat recht toekent zonder dat zij nagaat  en motiveert of de kinderen in staat zijn tot een redelijke belangenafweging. De rechtbank omzeilt dus niet alleen de wettelijke regeling, maar ontduikt die regeling zelfs. Zij loopt vooruit op toekomstige wetgeving, die nu juist (o.a.) voor deze zaak is bedoeld. Door dat te doen is niet meer sprake van een vertegenwoordigingsconstructie, maar van een zelfstandig recht. Een beslissing contra laegem.</p>
<p style="text-align: justify;">Bovendien zet de rechtbank met deze beslissing zelfs de rechterlijke onpartijdigheid op het spel, waardoor de zaak kan stuklopen. Want de rechtbank neemt een beslissing die te veel ruimte biedt aan de rechterlijke overtuiging. Die overtuiging dient volgens de wet te zijn ontleent aan wettige bewijsmiddelen (“het wettig en overtuigend bewijs”) en niet omgekeerd. Nu dreigt de menselijk gezien alleszins begrijpelijke neiging te ontstaan om na de ongetwijfeld hartverscheurende verhalen van de ouders van de slachtoffers, op basis van de overtuiging het bewijs te construeren. Niet alleen de beslissing over de strafmodaliteit, maar ook de bewijsbeslissing wordt daardoor gedicteerd. Het is bijna een uitnodiging om de rechters te wraken.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij dit alles dient bedacht te worden dat Robert M. verdachte is een geen dader. Hij heeft dan wel  bekend, maar wat heeft hij bekend en is die bekentenis wel waar. Er  zijn meer zaken bekend waarin valse bekentenissen zijn afgelegd. Niet alleen in de Puttense moordzaak speelde dit een rol. Maar ook als er van uit wordt gegaan dat de afgelegde bekentenissen waar zijn, en dat lijkt het geval te zijn vanwege de aanwezigheid van steunbewijs, dan nog heeft ook en misschien juist in deze zaak te gelden dat van de onschuld van de verdachte dient te worden uitgegaan. De rechters dienen onpartijdig te zijn en een professionele afstandelijkheid en distantie in acht te nemen, hoe moeilijk dat ook is. Die professionele distantie lijkt hier ver weg, met alle gevolgen van dien.</p>
<p style="text-align: justify;"><a href="mailto:Copyright@Wedzinga2011">Copyright@Wedzinga2011</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.wicherwedzinga.nl/2011/12/15/beslissing-spreekrecht-in-zaak-robert-m-juridisch-ondeugdelijk-en-riskant/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

