klassenjustitie

Vanmiddag is er een persbericht uitgegaan in verband met een uitspraak van de Hoge Raad in een zaak waarin ik wegens schending van het raadkamergeheim terecht stond. Die uitspraak komt er – kort gezegd – op neer dat de strafvervolging en de diverse veroordelingen de schijn van partijdigheid hebben gewekt. De tekst van dit persbericht heb ik in hieronder staan. Omdat een persbericht per definitie beknopt moet zijn, licht ik de gang van zaken rond de uitspraak toe.

Persbericht

Hoge Raad zet streep door veroordeling voormalig raadsheer

De Hoge Raad heeft een veroordeling van voormalig raadsheer Wicher Wedzinga wegens schending van het raadkamergeheim ongedaan gemaakt  (zie LJN: BU 3447). In een unieke en opmerkelijke uitspraak zegt het hoogste rechtscollege dat de vervolging en veroordeling van de ex-magistraat partijdig is geweest. Tegen Wedzinga, die als raadsheer was verbonden aan het Hof te Leeuwarden, is namelijk door datzelfde Hof vervolging bevolen en vervolgens heeft opnieuw datzelfde dat Hof hem in hoger beroep veroordeeld. En dat terwijl het Openbaar Ministerie aanvankelijk de zaak had geseponeerd. “Te bizar voor woorden”, aldus Wedzinga.

Het Openbaar Ministerie heeft volgens de Hoge Raad verzuimd om een verzoekschrift in te dienen om de vervolging en berechting door andere rechters te laten plaatsvinden. Een dergelijk verzoekschrift is bedoeld om te garanderen dat een (voormalig) rechter niet door rechters die aan dezelfde rechtbank of hetzelfde Hof waren verbonden, wordt berecht. De Hoge Raad overweegt dat dit verzuim van het Openbaar Ministerie “zozeer in strijd is met een behoorlijke procesorde” dat de veroordelingen door rechtbank en Hof hun geldigheid hebben verloren en gaat zelfs zover dat ook de vervolgingsbeslissing van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd. 

De ongekend scherpe uitspraak van de Hoge Raad brengt het Openbaar Ministerie en de rechters in Groningen en Leeuwarden in diskrediet. Wedzinga zelf is verheugd dat de Hoge Raad een streep heeft gezet door zijn veroordeling, maar betreurt het dat de Hoge Raad geen inhoudelijk oordeel heeft geveld over de betekenis van het begrip raadkamergeheim en heeft  daarom ook bewust geen punt gemaakt van de partijdige aanpak. “Ik heb iemand die ik ooit heb veroordeeld na mijn vertrek bij het Hof geholpen met zijn herzieningsprocedure omdat ik uit latere informatie van advocaat Doedens begreep dat die veroordeling onterecht was”. “Ik heb nimmer de intentie gehad om het raadkamergeheim te schenden en uitsluitend iets over mijn eigen twijfels gezegd. Dat heb ik bovendien publiekelijk gedaan”. 

Wedzinga vindt dat er in de loop van de jaren vanuit justitie een soort heksenjacht is op hem is ontketend vanwege zijn kritische houding op het functioneren van het Openbaar Ministerie en de rechters. “Dat zie je bij meer criticasters van het rechtssysteem en in het bijzonder bij hen die het disfunctioneren van het Openbaar Ministerie aan de kaak stellen”. Zo is Wedzinga vervolgd omdat hij een advocaat te kennen had gegeven aangifte te doen wanneer deze door zou gaan met zijn dubieuze praktijken. Uiteindelijk is hij ook daarvan vrijgesproken. En er zijn ook een aantal andere voorbeelden die aangeven hoezeer het Openbaar Ministerie en ex-collega’s het op Wedzinga hebben gemunt.
 

De voormalige magistraat die nog steeds een landelijke reputatie geniet als een van de beste juristen van ons land vindt wel dat nu de tijd rijp is om tegen dergelijke “ziekelijke” praktijken juridisch te ageren.  “Ik heb lang gewacht, maar nu is het tijd voor actie”, aldus Wedzinga, die zegt dat hij n.a.v. deze uitspraak van de Hoge Raad schadevergoeding zal eisen en degenen die verantwoordelijk zijn voor de klopjacht aansprakelijk zal stellen. 

Wedzinga hoopt dat de Hoge Raad van de rechtsbescherming van burgers meer werk maakt. “Ik ken een aantal rechterlijke dwalingen en beslissingen die in een land dat pretendeert een rechtsstaat te zijn, niet door de beugel kunnen. Als voorbeeld noemt hij de Deventer Moordzaak en de volgens hem ondeugdelijke veroordeling van Louis Hagemann”. Het rechtssysteem loopt volgens Wedzinga aan alle kanten uit de rails, is verouderd en te veel op repressie toegesneden, waarbij politie en justitie de dienst uitmaken zonder dat zij worden gecontroleerd en waarbij de rol van de rechter in toenemende mate is geminimaliseerd. “Voeg daarbij de onjuiste beeldvorming door de media en het politieke opportunisme en je hebt alle ingrediënten voor een systeem dat zich meer en meer ontwikkelt tot een politiestaat”, aldus de voormalige magistraat en strafrechtdeskundige. “We hebben een financiële crisis, een politieke crisis, maar menigeen vergeet dat we al sinds jaar en dag ook een crisis hebben die de fundamenten van ons rechtssysteem raakt. Ernest Louwes en een groot aantal anderen zijn daarvan de dupe geworden. Dat is veel belangrijker dan wat mij is overkomen”.
 

Meer informatie:
Mr. J.P. Plasman
Tel: 020-6731548

Toelichting

In technisch-juridische zin is deze uitspraak opmerkelijk, niet alleen vanwege de cassatietechnische afdoening, maar ook omdat de Hoge Raad een extensieve interpretatie voorstaat van artikel 510 Wetboek van Strafvordering. In gewoon Nederlands komt dat laatste er op neer dat de Hoge Raad van mening is dat ook voormalige rechters, die na hun ontslag uit de Rechterlijke Macht verdacht worden van een ambtsmisdrijf, recht hebben op vervolging voor een andere gerecht dan dat waarvoor zij werkzaam waren en ook voor een ander gerecht binnen het ressort waarin zij functioneerden. Voor dat laatste is de verzoekschriftprocedure van artikel 510 Wetboek van Strafvordering bedoeld.

Dat recht is in deze zaak met voeten getreden. De rechtbank Groningen en het Hof Leeuwarden hebben zich ten onrechte met de zaak bemoeid. Het Hof Leeuwarden zelfs tot twee keer aan toe, terwijl de aangifte nota bene was gedaan door een raadsheer en voormalige collega van dat Hof. En het Openbaar Ministerie heeft de schijn van partijdigheid gewekt door geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om door het indienen van een verzoekschrift een ander (onpartijdig) gerecht in te schakelen. Of dat laatste willens en wetens is gebeurd, kan ik niet beoordelen.

Zeer opvallend bij dit alles is de rol van raadsheer Buruma. De voormalige hoogleraar strafrecht was als rechter bij de beslissing van de Hoge Raad betrokken, maar had in een eerder interview met journalist Micha Kat de veroordeling van mij wegens schending van het raadkamergeheim gebillijkt. Dat interview vond plaats op een moment dat Bururma al was benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad. Het kan kennelijk verkeren. Maar het is in wezen onbestaanbaar dat iemand die deel uitmaakt van de Hoge Raad al een oordeel heeft gegeven over een rechterlijke uitspraak die nog door diezelfde Hoge Raad en dan ook nog door een kamer waarvan hij deel uitmaakt, moet worden beoordeeld.

Wat ik meen te moeten constateren is dat de laatste jaren alles uit de kast is gehaald om mij in een kwaad daglicht te stellen. Dat ik fouten heb gemaakt, staat buiten kijf. Maar dat moet wel in proportie worden gezien. Zo ben ik vervolgd – het persbericht maakt er melding van – omdat ik een advocaat die er dubieuze praktijken op nahield, had opgebeld en uit naam van een cliënt van mij heb gevraagd daarmee op te houden omdat ik anders aangifte bij de politie zou doen. Dat leidde tot een strafvervolging van mij wegens poging tot dwang. Te gek voor woorden. Eerst in hoger beroep ben ik daarvan vrijgesproken. Mijn advocaat Peter Plasman gaf op de zitting een voorbeeld uit zijn eigen praktijk, waarin een cliënt een heel dossier had gestolen en hij die cliënt sommeerde om het dossier binnen een uur op kantoor terug te brengen omdat hij anders de politie zou bellen.

Deze strafvervolging vond ik veelzeggend. Maar zij staat niet op zichzelf. Ik ben bepaald geen complotdenker, maar het is toch minst genomen opzienbarend te noemen dat er een reeks vergelijkbare incidenten ontstonden, waarbij ik mij  telkens moest verantwoorden voor … inderdaad, de rechtbank Groningen en het Hof Leeuwarden. Ik meen dan ook dat De Hoge Raad de extensieve interpretatie van artikel 510 Wetboek van Strafvordering niet had mogen beperken tot ambtsmisdrijven. Waar de schijn van partijdigheid centraal staat, is die koppeling niet overtuigend. Een rechter of voormalige rechter dient gevrijwaard te worden van strafvervolging voor het gerecht waarbij hij werkzaam was of voor een gerecht binnen het ressort waarbij hij werkzaam was. Ook bij commune misdrijven en overtredingen wordt de schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling gewekt. Hier rust een schone taak voor het EHRM.

De stalking bleef echter niet beperkt tot instanties als politie en justitie. De Wet van Murphy gold in optima forma. Zo kwam ik er achter dat een voormalige werknemer van mij, die ik moest ontslaan, en die internet vervuilde en vervuilt  door overal de meest liederlijke onzin te verspreiden en dat te larderen met allerlei beledigingen die één voor één rijp zijn voor een strafrechtelijke veroordeling, een wikipediapagina over mij had opgesteld. Hij ook was er als de kippen bij om belastende getuigenverklaringen tegen mij af te leggen, die zonder hem te horen, klakkeloos door (jawel) het Hof Leeuwarden zijn overgenomen. Ik zou, volgens hem, een cliënt van ons juridisch advieskantoor hebben opgelicht, door mij voor te doen als advocaat en door vervolgens een exorbitant bedrag in rekening te brengen. Dat bedrag was inderdaad hoog, maar was destijds door mijn “zakenpartner” en een kennis van hem  berekend op basis van mijn juridische know-how. Het stond gewoon in de voorwaarden van de maatschap en op de website en het heette “marktconform” te zijn. De cliënt zelf was eerlijk op de zitting en verklaarde dat hij er van uitgng dat ik advocaat was, omdat het kantoor die uitstraling had en omdat ik door mijn vakkennis zo overkwam. Voor (jawel) het Hof Leeuwarden geen beletsel om tot het oordeel te komen dat ik mij als advocaat had voorgedaan. Mij werd eveneens poging tot afdreiging aangewreven. Die poging tot afdreiging (het geen wezenlijk iets anders is als poging tot afpersing,) betrof een advocaat die geld van de derdenrekening van het kantoor had gegeven aan een cliënt, die naam en faam geniet als de grootste cocaïnehandelaar in Friesland. Wederom dreigde ik de politie in te schakelen. Dat heb ik nu wel afgeleerd.

Ik ben van dit alles geen cent wijzer geworden. Nog geen euro heb ik in eigen zak gestoken. Dat is dan ook  niet bewezen verklaard. Maar het heeft wel een klimaat geschapen waarin getracht werd mij de mogelijkheden te ontnemen om een nieuw bestaan op te bouwen. Het meest ben ik nog getroffen door het feit dat ik door de commotie die is ontstaan al vele jaren mijn kinderen niet heb gezien. Ik wil echter niet de zuurpruim uithangen en mij als slachtoffer manifesteren. Wat mij is overkomen staat in geen verhouding tot wat anderen hebben meegemaakt. Mijn vakkennis is buiten alle twijfel verheven en ik kan daardoor het hoofd boven water houden. Maar dit alles geeft veel stof tot denken en tot actie. Een actie die in het teken moet staan aan een opbouwende, kritische herbezinning op de grondslagen van het strafrecht en het strafprocesrecht. Het huidige kabinet staat een catastrofale politiek voor, zeker op de lage termijn. Maar dat is stof voor een andere bijdrage.

Copyright@Wedzinga2011

Wat de Amsterdamse rechtbank nog eens bevestigde was dat in kwesties die de vrijheid van meningsuiting raken, voor politici andere normen gelden dan voor “gewone” burgers. Die opvatting kwam bepaald niet als een donderslag bij heldere hemel en vindt steun in jurisprudentie van het EHRM. Maar zij is op goede gronden aanvechtbaar. Want een redenering die evenzeer verdedigbaar is die welke hierop neerkomt dat in tijden waarin er sprake is van een hevige tweespalt in de samenleving,  nu juist van politici mag worden verwacht dat zij zich van hun verantwoordelijkheid bewust zijn en zich in het maatschappelijk debat zorgvuldig uitlaten.

Maar dit soort nunances zijn aan Wilders en andere populisten niet besteed.  Zij moeten het hebben van de vox populi en de mainstreammedia en grossieren dus in simpele, tot de verbeelding sprekende taal. De schandalige diskwalificatie “Kopvoddentax” van Wilders is inmiddels een begrip geworden. Nog even en het staat in de Van Dale. Populisten denken zwart-wit. Ze zetten zich af tegen de globalisering, de macht van de EU en het streven naar een multiculturele samenleving.Sentimenten waarin menigeen zich zal herkennen, mijzelf incluis. Ook vertalen zij een breed gedragen gevoel dat zich tegen het politiek-bestuurlijke establishment keert. De kleine kliek die zichzelf tot stijgend ongenoegen van de burger voortdurend en met klimmend succes verrijkt, terwijl diezelfde burger steeds meer de slaaf is geworden van een megalomane bureaucratie waar de overheid zich verschuilt achter regeltjes en zich manifesteert in marktgericht denken. Het wrange is dat populisten als Wilders prominent deel uitmaken van die elite die zij zeggen te vuur en te zwaard te bestrijden

Populisme beperkt zich niet tot de landsgrenzen. In een prachtig artikel in The New York Times heet het aldus: “The success of populist parties appealing to a sense of lost national identity has brought criticism of minorities, immigrants and in particular Muslims out of the beer halls and Internet chat rooms and into mainstream politics. While the parties themselves generally do not condone violence, some experts say a climate of hatred in the political discourse has encouraged violent individuals.” Dat klimaat dat over heel Eurpopa heenwaaiert, schept een vruchtbare voedingsbodem voor fundamentalisten als Anders Behring Breivik, die schijnbaar vanuit het niets een slachtpartij veroorzaakte. Vanzelfsprekend voert het te ver om een rechtstreeks causaal verband te leggen tussen de opvattingen van Wilders en de gruwelijke slachtpartij in Noorwegen, maar een ieder weldenkend mens voelt dat toeval het andere uiterste is. Het sociaal-maatschappelijk klimaat in Nederland en veel andere landen is er naar.

Daarmee is tevens gezegd dat dergelijke acties zich niet tot Noorwegen zullen beperken. Lees verder

 

Het zal begin jaren tachtig zijn geweest. Ik schreef mijn proefschrift over groepsgeweld. Een eenzaam bestaan op de universiteit. De godganse dag opgesloten in een klein hokje en maar lezen en nadenken. Af en toe wat schrijven en schrappen. De afwisseling bestond vooral in het verzorgen van colleges.

Wij, wetenschappers, keken enigszins neerbuigend neer op het plebs dat in de advocatuur werkzaam was. En ook rechters, studenten en leden van het Openbaar Ministerie kwamen er niet best af. Nitwits en gluiperds van het zuiverste`water. Nee, dan de erudiete wetenschapper, die de ongekende luxe heeft zich met zijn ziel en zaligheid te storten op zijn specialisme. Nog steeds ben ik er van overtuigd dat doceren “de” manier is om het vak te beheersen en dat het schrijven van een proefschrift een unieke gelegenheid biedt om juridisch de diepte in te gaan.

Tijdens mijn onderzoek stuitte ik op een even hilarische als unieke uitspraak over een verdachte van groepsgeweld. In die tijd werden rechten van verdachten nog serieus genomen en had de Hoge Raad beslist dat iemand die deel uitmaakt van een groep van waaruit geweld werd gepleegd, uitsluitend kon worden veroordeeld wanneer er bewijs was dat hij of zij zelf geweld had uitgeoefend.

Dat is in vele situaties een lastige en onneembare bewijshobbel. Een gezellige bijeenkomst in de dorpkroeg loopt uit de hand en er wordt door vele al dan niet aangeschoten of dronken cafébezoekers om zich heen gemept. Op de grond krioelen daders en slachtoffers door elkaar heen en het politiedossier wenelt van elkaar tegenstrijdige verklaringen. Kom daar maar eens uit.

De veroordeelde had vaak pech, want hij was ook slachtoffer, maar had een paar duidelijke verklaringen tegen hem. In het geval van de man in het konijnenpak waren de druiven wel erg zuur. Hij was aan de vooravond van zijn bruiloft met een aantal vrienden op kroegentocht gegaan en had zich geheel volgens de plaatselijke mores in een konijnenpak gehesen. De kroegentocht mondde uit in een veldslag en het konijnenpak deed de arme vrijgezel de das om.

Want het dossier was gevuld met verklaringen waar werkelijk geen soep van te maken was. De ene getuige en/of dader had een nog hoger promillage dan de andere en wat er precies was gebeurd bleef totaal onduidelijk. Op één uitzondering na. Er was gemept en er waren in ieder geval klappen uitgedeeld door een man in een konijnenpak. Hij werd als enige veroordeeld. Zijn kersverse echtgenote zat met een vertrokken gezicht op de tribune, de andere daders annex slachtoffers meesmuilend er naast.

Ik kon mijn tranen van het lachen niet bedwingen toen ik de uitspraak van de Hoge Raad las, maar realiseerde mij ook hoe willekeurig het strafrecht kan werken. Later, als raadsheer, drong dit besef sterker tot mij door. Degene die het eerst naar de politie stapt is het slachtoffer en degene tegen wie aangifte wordt gedaan is in de ogen van de poilitie de dader. Daarin is verandering gekomen, maar niet ten goede. Veel misdrijven zijn aangescherpt en verruimd, waardoor de kring van daders is toegenomen en de politie vaak een vrijbrief heeft om bij elk vermoeden iemand op te pakken. Niet alleen degene die geweld heeft gepleegd, maar een ieder die daarbij enigszins is betrokken is het haasje.

Willekeur heeft geleid tot een wat wrange vorm van rechtsgelijkheid die weer leidt tot onrechtvaardige veroordelingen. Corruptie, mist consequent toegepast, leidt in ieder geval tot rechtszekerheid. Als je genoeg geld hebt, ben je in veel landen verzekerd van een vrijspraak. In Nederland werkt het in beginsel enigszins anders. De truc is te werken in een door en door verrotte criminele branche waarin grote economische of politieke belangen op het spel staan. Bankiers, politici en vastgoedmensen zitten goed. Deze beroepsgroepen bestaan uit notoire oplichters, maar mogen qualitate qua op clementie rekenen. Dat is de situatie in de zogenaamde rechtsstaat Nederland anno 2010.  En niemand die er wat tegen doet.

De mainstreammedia bestaat veelal uit hielenlikkers, die “off the record” nog wel eens een doekje open willen doen over vermeende malafide praktijken, maar die voor het oog van de camera hun hypocriete werk doen. Een beetje bekende Nederlander moet je binnenkort toch weer kunnen uitnodigen, nietwaar? Met de kwaliteit van het politieke, bancaire en juridische systeem is het bedroevend slecht gesteld. Die tijdbom zal eens ontploffen. De moord na Fortuyn.

Copyright@Wedzinga2010

 

 

Zojuist viel mijn oog op een bericht op nu.nl. Het bisdom Den Bosch zou jarenlang dossiers hebben vernietigd waarin informatie stond over seksueel misbruik gepleegd door priesters. Onwillekeurig moest ik denken aan Robert M. de hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak, die nu ook zou hebben bekend een kindje op het kinderdagverblijf De Toverlantaarn te hebben misbruikt. En even daarna schoten mij vele vergelijkbare zaken te binnen, o.a. die waarop onderzoeksjournalisten als Peter R. de Vries en Roberto Stegeman de aandacht hebben gevestigd. In een daarvan was een voormalige rechter Stolk de hoofdpersoon. Praise the Lord, dacht ik. Die bisschoppen, priesters of hoe ze ook mogen heten komen toch maar goed weg.

Het is een vorm van maatschappelijk ingebedde criminaliteit welke uitmondt in klassenjustitie die zijn weerga niet kent en die in het door en door hypocriete Nederland een goede voedingsbodem vindt. Geen land, voor zover ik weet, waar politie, justitie en rechters zo goed hebben samengewerkt met de Nazi’s. Terwijl de hele wereld in de jaren 1940-1945 in brand stond, werd in ons oliebollenlandje een religieuze twist uitgevochten of Jezus nu wel of niet wijn dronk bij het laatste avondmaal. Dat zegt veel. Tijdens een bezoek van Koningin Beatrix een aantal jaren geleden aan Israël werden we nog even fijntjes herinnerd aan onze heldenrol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beschamend.

Terwijl Robert M. aan de hoogste boom moet hangen, is er een hele kliek van togadragers die de dans ontspringen. Veel zaken zijn verjaard. Ja, dank je de koekoek! Ze zijn gewoon onder het tapijt geveegd, zoals ik een aantal zaken van rechters, officieren van justitie en politici ken die min of meer zijn witgewassen. Wie herinnert zich nog staatssecretaris Evenhuis. Terwijl de politie het bewijs bijna rond had, werd de zaak op bevel van “Den Haag” plotseling afgeblazen. De voormalige hoogwaardigheidsbekleder werd door de rechtbank Groningen vrijgesproken.

Misbruik van kinderen wordt alom gezien als een van de ergste vormen van perversiteit en criminaliteit. Terecht. Daarom is het onverteerbaar dat dergelijke zaken in een bureaula verdwijnen. Het seksuele misbruik in kloosters, scholen en internaten, waar kinderen in een afhankelijke positie verkeren, zal ongetwijfeld vele malen omvangrijker zijn dan velen nu nog aannemen. Het afschaffen van de verjaringstermijn is dan ook een goede zaak. Maar het is niet meer dan een schamel begin. Toezicht en opsporing laten het al jaren systematisch afweten en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat daar bepaalde belangen bij spelen.

De hoogste tijd om de rechtshandhaving kwalitatief te verbeteren en te intensiveren. En daarvoor moet grondig verkennend onderzoek worden gedaan door een “echt” onafhankelijke commissie. Niet een commissie als die van Deetman, die door de kerk zelf is benoemd, en die het bestond om de waarschuwing van historicus Eric Theloosen over het seksuele misbruik in Den Bosch in de wind te slaan. Van zulke commissies hebben we er intussen genoeg gehad in ons arrogante polderlandje. Ze worden, op een uitzondering na, altijd geleid door voormalige politici, zijn altijd onafhankelijk en ze hebben altijd goed werk verricht. De resultaten zien we!

Het is tijd om lessen te leren uit het verleden. Weg met die inteeltcultuur van elkaar benoemende bestuurders en politici. Benoem commissies voorgezeten door ervaren en onafhankelijke deskundigen en formuleer een kaderwet waarin de bevoegdheden van dergelijke commissies zijn vastgelegd. Daartoe moet o.a. behoren het recht om getuigen onder ede te horen. Daarna kan degelijk onderzoek worden verricht met als adagium “Gelijke monniken, gelijke kappen”.

Copyright@Wedzinga2010

Contact informatie

Van maandag t/m vrijdag
tussen 09.00u en 17.00u

+31 (0)50 - 364 14 37

Bij afwezigheid:
+31 (0)6 - 278 31 550

Overige informatie

Wedzinga TV

Justice for All

Quote Rotator

Loading Quotes...

Site Info

Deze site is
geoptimaliseerd voor:

IExporer 7
IExporer 8
Google Chrome
Firefox


Voor het bekijken van .pdf bestanden heb je de gratis Acrobat Reader nodig.

Neem contact op met de webmaster indien er problemen zijn met de site. Stuur uw email naar: goldensecret@gmail.com
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes